Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Onder 3.3.3 Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.

De rechtbank stelt op basis van deze verklaring vast dat de aanvankelijke twijfels van [getuige 10] - die bovendien de schoonzus van verdachte is - of zij verdachte al dan niet op 22 oktober 2013 had gezien, naarmate het verhoor vorderde, verdwenen en dat zij steeds - zonder duidelijke opgave van redenen - stelliger in haar verklaring werd dat zij verdachte die morgen had gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 55251 tot 55647.