Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014
Onder 3.3.4. Rechtbank Limburg 13 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.
Advocaat-Generaal Knigge verwees in zijn conclusie in de Nijmeegse zaak (ECLI:NL:PHR:2013:1080) naar een ander arrest van de Hoge Raad uit 2006, waarbij het ging om een zaak waarin een goed voorbereide ripdeal uitliep op een vuurgevecht. Volgens Knigge blijkt uit dat arrest dat hoewel de samenwerking primair gericht was op het plegen van een roofoverval, de samenwerking zich ook uitstrekte tot strafbare feiten die van het gemaakte plan een belangrijk onderdeel vormden. Die strafbare feiten komen daarmee ook voor rekening van de medepleger, ook als hij aan het plegen van die feiten niet daadwerkelijk heeft bijgedragen. Het Hof had volgens Knigge in de Nijmeegse scooterzaak voor het bewijs van medeplegen de vraag moeten beantwoorden of een overhaaste, en vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onverantwoorde, vlucht op de scooter bij een onverhoopte betrapping door de politie als een reële mogelijkheid in het plan om het hotel te beroven besloten lag. Als dat het geval zou zijn, dan kan de bijrijder namelijk geacht worden tenminste voorwaardelijk opzet te hebben gehad op het rijgedrag van de bestuurder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 62362 tot 63497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364 | shasum -a 256