Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Onder 7.2 Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.

Gelet op het bovenstaande en de feiten en omstandigheden zoals die uit het strafdossier naar voren komen, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer [slachtoffer] geen immateriële schade heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. Hiertoe overweegt de rechtbank in het bijzonder dat [slachtoffer] op 22 oktober 2013 ten tijde van het doen van aangifte tegen de politie verklaarde dat hij niet was geschrokken van het voorval. Op 23 oktober 2013 verklaarde [slachtoffer] dat het goed met hem ging en dat hij geen trauma heeft opgelopen. Hoewel er op hem geschoten was, was hij er erg rustig. Ook had hij goed geslapen in de nacht van 22 op 23 oktober 2013. Weliswaar blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring dat het slachtoffer alerter is dan voorheen en in de eerste periode heeft gepiekerd over het voorval, doch de rechtbank is van oordeel dat het enkel alerter zijn en piekeren geen immateriële schade oplevert welke op grond van artikel 6:106 BW voor vergoeding in aanmerking kan komen. De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade dan ook afwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 93491 tot 94593.