Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Onder 3.1 Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde medeplegen van afpersing wettig en overtuigend bewezen. Hiertoe heeft hij verwezen naar de aangifte van [slachtoffer] en de verklaring die [getuige 1] heeft afgelegd, welke verklaring de officier van justitie geloofwaardig acht, omdat die gestaafd wordt door andere bewijsmiddelen, zoals de camerabeelden, de verklaring van getuige [getuige 2] met betrekking tot het kenteken, de aangifte van de kentekenplaten door [getuige 1] en het proces-verbaal met betrekking tot het aantreffen van de tas van [slachtoffer] op aangeven van [getuige 1]. Ook heeft hij verwezen naar de NFI-rapportage waaruit blijkt dat DNA-materiaal van medeverdachte [medeverdachte] op de hengsels van de tas van [slachtoffer] werd aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 9327 tot 10110.