Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Onder 3.3.2 Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.

Bovenstaande tussenconclusies over de laptoptas brengen mee dat de rechtbank geen geloof hecht aan de verklaring van de moeder van verdachte, [getuige 7]. Haar werd op 2 november 2013 een foto van de op 30 oktober 2013 in [woonplaats] aangetroffen laptoptas getoond. [getuige 7] heeft toen verklaard dat deze tas van haar is en dat zij deze aan verdachte had gegeven. Die verklaring acht de rechtbank onaannemelijk. Hiertoe overweegt de rechtbank dat [slachtoffer] de kenmerken van de aangetroffen tas (en het daarin zittende polstasje) zeer gedetailleerd kon beschrijven. Daarentegen kon [getuige 7] feitelijk geen gedetailleerde beschrijving van de tas geven die zij aan haar zoon zou hebben gegeven. Bovendien verklaarde [getuige 7] niet uit zichzelf over het zich in de laptoptas bevindende polstasje. Ook verdachte heeft desgevraagd over het aantreffen van het slangenleren polstasje in de laptoptas ter terechtzitting geen verklaring gegeven, hij heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 45184 tot 46191.