Citaat | Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Onder 7.3 Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:708.

Verdachte heeft wat de rechtbank betreft geen motief gegeven waarom [naam slachtoffer] moest sterven. Verdachte heeft zelf ter terechtzitting verklaard dat hij [naam slachtoffer] slechts wilde aanspreken op zijn gedrag eerder die avond en dat hij vervolgens, uitgelokt door een vreemde beweging van het slachtoffer, in een reactie heeft geslagen. De rechtbank acht echter niet geloofwaardig dat verdachte geen boosheid koesterde ten opzichte van het slachtoffer. Eerder die avond was er namelijk reeds ruzie ontstaan tussen het slachtoffer en de verdachte. Ruzie om een vrouw, te weten [L.M.]. Nota bene, niet eens de vrouw van verdachte. Verdachte had een seksuele affaire met deze [L.M.] en was ook die avond in voor een verzetje. In het café aangekomen trof hij [L.M.] echter aan met haar hand op de knie van [naam slachtoffer] en werd hem duidelijk dat er een mogelijke kaper op de kust was. De ruzie, die vervolgens ontstond, werd gesust door verdachte buiten het café te zetten en de deur af te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69, en de alinea staat in dat document op bytes 69192 tot 70216.