Citaat | Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Onder 8.1 Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:708.

De raadsman heeft de vorderingen gebaseerd op de jurisprudentie hieromtrent van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Hij heeft aangevoerd dat er weliswaar geen wettelijke basis in het Nederlandse recht bestaat voor immateriële schade voor nabestaanden, maar dat de jurisprudentie van het Europese Hof wel aanknopingspunten biedt voor het toekennen van smartengeld aan nabestaanden. Ter onderbouwing van de vorderingen heeft de raadsman verwezen naar de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 3 april 2001 in de zaak Keenan vs United Kingdom, no. 27229/95 en de uitspraak van 7 juli 2009 in de zaak [Z.] vs [L.], no. 58447/00.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69, en de alinea staat in dat document op bytes 77908 tot 78581.