Citaat | Rechtbank Limburg 28 januari 2014
Onder 8.4 Rechtbank Limburg 28 januari 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:708.
De rechtbank begrijpt uit de summiere mondelinge onderbouwing van de vorderingen, die de raadsman ter terechtzitting naar voren heeft gebracht, dat de ex-vrouw en de kinderen van het slachtoffer smartengeld vorderen vanwege de pijn en het verdriet dat het overlijden van hun ex-man en vader teweeg heeft gebracht. Hoe invoelbaar de wens van de nabestaanden ook is om deze schade te verhalen, deze zogenaamde affectieschade komt op grond van de Nederlandse wet niet voor vergoeding in aanmerking. Recht op vergoeding van immateriële schade bestaat immers slechts voor zover de wet hierop een aanspraak geeft. Artikel 6:106 BW geeft daartoe een limitatieve opsomming, waaronder affectieschade niet valt. Een voorgestelde wetswijziging om vergoeding van affectieschade in het strafproces mogelijk te kunnen maken is in 2010 door de Eerste Kamer verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69, en de alinea staat in dat document op bytes 83042 tot 83909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69 | shasum -a 256