Citaat | Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Onder 8.4 Rechtbank Limburg 28 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:708.

De inhoud van de schriftelijke slachtofferverklaring van [naam benadeelde partij 5] en haar beide kinderen doet bij de rechtbank nog de vraag oproepen of de nabestaanden mogelijk ook de vergoeding van shockschade bedoeld hebben. Zij stellen namelijk nog steeds last te hebben van het beeld van hun zwaar toegetakelde vader in het ziekenhuis. Voor zover de nabestaanden ook bedoeld hebben om de vergoeding van shockschade te eisen, overweegt de rechtbank als volgt. Shockschade is een vorm van immateriële schade voor nabestaanden, die onder omstandigheden wel toegewezen kan worden. Onder shockschade wordt geestelijk letsel verstaan, dat voortvloeit uit een hevige emotionele schok, teweeggebracht door de directe waarneming van een ongeval of misdrijf dat een naaste overkomt of de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan. In dat geval is er namelijk sprake van aantasting in de persoon (van de nabestaande zelf) en dat valt onder de reikwijdte van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Er moet dan wel sprake zijn van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Deze vereisten heeft de Hoge Raad in zijn arrest d.d. 22 februari 2002,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69, en de alinea staat in dat document op bytes 84587 tot 85752.