Citaat | Rechtbank Limburg 28 januari 2014
Onder 4.3 Rechtbank Limburg 28 januari 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:708.
Getuige [naam getuige 1] heeft op 24 september 2012 bij de politie verklaard dat hij samen met verdachte in de auto is gestapt, nadat verdachte in café [naam café] ruzie had gehad met [naam slachtoffer]. Verdachte zat naast hem op de passagiersstoel en was helemaal opgefokt. Onder het rijden snoof verdachte diverse malen cocaïne. Verdachte sloeg [naam getuige 1] enkele malen tegen diens schouder en zei dan dat “die jongen” dood moest. Hij sloeg ook met zijn handen in elkaar en zei daarbij: “Ik wil hem slaan, ik wil hem kapot maken”. Verdachte sprak daarnaast over “die meid”, die wilde hij ook pakken. Zij moest ook dood. Op 9 oktober 2012 heeft [naam getuige 1] bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte steeds zei dat hij “die jongen” wilde pakken. Ook op 25 april 2013 verklaarde [naam getuige 1] bij zijn vervolgverklaring bij de rechter-commissaris dat verdachte sprak over “het pakken van die jongen”, over “slaan” en over “hij moet dood”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69, en de alinea staat in dat document op bytes 31054 tot 32122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b2ca5d2c0b73802c3892910de55450b60308305c696d11115b00272d98fda69 | shasum -a 256