Citaat | Rechtbank Limburg 29 augustus 2014
Onder 3.2.1. Rechtbank Limburg 29 augustus 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 augustus 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:7850.
De rechtbank stelt voorop dat artikel 21 lid 1 van de Wet Bopz, voor zover hier van belang, bepaalt dat een inbewaringstelling niet wordt gelast dan nadat een, bij voorkeur niet-behandelend, psychiater of, zo dat niet mogelijk is, een, bij voorkeur niet-behandelend arts, niet psychiater zijnde, een schriftelijke verklaring heeft verstrekt waaruit met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, blijkt dat het geval, bedoeld in artikel 20 lid 2 zich voordoet. Hoewel deze bepaling ruimte biedt voor de mogelijkheid dat de geneeskundige verklaring wordt opgesteld door een behandelend psychiater, strookt dat niet met de vigerende rechtspraak, zoals ingezet door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In zijn arrest van 24 oktober 1979, NJ 1980, 114 (Winterwerp) heeft het EHRM immers de eis gesteld dat aan de betrokkene niet de vrijheid kan worden ontnomen "unless he has been reliably shown to be of “unsound mind”. The very nature of what has to be established before the competent national authority – that is, a true mental disorder – calls for objective medical expertise." Hierop is slechts een uitzondering mogelijk voor door de omstandigheden van het geval te rechtvaardigen "emergency cases".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b385cda37cfd4e8e6651f27c6d8c84f0b57db88aeca13c3b96a6df14297e38fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b385cda37cfd4e8e6651f27c6d8c84f0b57db88aeca13c3b96a6df14297e38fe, en de alinea staat in dat document op bytes 10723 tot 12041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b385cda37cfd4e8e6651f27c6d8c84f0b57db88aeca13c3b96a6df14297e38fe | shasum -a 256