Citaat | Rechtbank Limburg 27 november 2015

Onder 4.7. Rechtbank Limburg 27 november 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 27 november 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:10132.

- mede gelet op de aard van de woning, te weten een recreatiewoning op ‘Bungalowpark [naam 2] ’- dan ook aannemelijk. Na ommekomst van de initiële huurtermijn, hebben partijen de huurrelatie stilzwijgend voortgezet. Artikel 7:230 BW bepaalt in dit verband dat, indien de huurder na afloop van een huurovereenkomst met goedvinden van de verhuurder het gebruik van het gehuurde behoudt, de huurovereenkomst geacht wordt voor onbepaalde tijd te zijn verlengd. Daar een huurovereenkomst die naar zijn aard voor korte duur is niet goed te verenigen is met deze verlenging voor onbepaalde tijd, brengt voorgaande naar het voorshandse oordeel van de kantonrechter met zich dat een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fca0119cc14928d943cf4f8a08ee60eea82fb0157a2b07c7a0181edc51ded4b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fca0119cc14928d943cf4f8a08ee60eea82fb0157a2b07c7a0181edc51ded4b5, en de alinea staat in dat document op bytes 18514 tot 19256.