Citaat | Rechtbank Limburg 9 december 2015

Onder 3.2. Rechtbank Limburg 9 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 9 december 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:10521.

Voorop moet worden gesteld dat [gedaagde] in het kader van het grondwettelijk en verdragsrechtelijk gegarandeerde recht op vrije meningsuiting grote vrijheid toekomt om te publiceren over maatschappelijk relevante onderwerpen. Dat recht dient mede om mogelijke misstanden die maatschappelijk relevant zijn onder de aandacht van het grote publiek te brengen, daar waar deze anders onbekend zouden zijn gebleven. Dat geldt temeer wanneer het gaat om mogelijk ernstige misstanden, zoals de mogelijk onterechte veroordeling van verdachten wegens betrokkenheid bij een roofmoord, aan de kaak te stellen. Daartegenover staat het recht van een burger om niet door middel van het uitgeoefende recht van vrije meningsuiting door een ander aan lichtvaardige verdenkingen bloot te worden gesteld. Dat geldt evenzeer temeer indien die verdenking betrekking heeft op een ernstig strafbaar feit, als bijvoorbeeld de betrokkenheid bij een moord. Het recht op vrije meningsuiting vindt daar haar grens waar het publiceren over de beweerdelijke misstand - van de veroordeling van een onschuldige voor een ernstig strafbaar feit - uitmondt in het zonder deugdelijke onderbouwing verdacht maken van een ander als pleger van dat feit of van betrokkenheid daarbij, dan wel het wekken van de suggestie dat die ander zich daaraan schuldig heeft gemaakt of daarbij is betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a28edecd3ac10732662a9ccbbca1a915e68a755ce03010d636a46618540c8d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a28edecd3ac10732662a9ccbbca1a915e68a755ce03010d636a46618540c8d6, en de alinea staat in dat document op bytes 27305 tot 28685.