Citaat | Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Alinea 31 Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 januari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2.

Waar het dus wel zo is dat CZ in haar vordering kan worden ontvangen en te gelden heeft dat [gedaagde] haar in ieder geval het bedrag van € 763,61 schuldig is, zal nader bepaald moeten worden of en - zo ja - in welke omvang een of meer nevenvorderingen van CZ zich eveneens voor toewijzing leent / lenen. Het antwoord op die vraag moet ontkennend luiden, althans voor zover die extra claims van CZ verder gaan dan de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de datum van dagvaarding als onherroepelijk verzuimmoment (in verband met de daarin besloten liggende functie van ingebrekestelling). Dit wordt hierna uitgewerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf, en de alinea staat in dat document op bytes 15198 tot 15832.