Citaat | Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Alinea 34 Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 januari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2.

Voor zover de voorgeschiedenis van de vordering in het exploot al aangestipt is, gebeurde dit in algemene termen of bij genoemde bedragen en vermelde data zonder de bijbehorende stukken en zelfs zonder inhoudelijke beschrijving van de informatie die zulke stukken zouden (kunnen) bevatten. Hier en daar rept CZ van (verzending van) aanschrijvingen, herinneringen of aanmaningen, maar zij laat na die van een passende toelichting te voorzien en met zoveel woorden te stellen dat stukken die eventueel ‘verzonden’ of ‘gezonden’ zijn, ook (alle) door [gedaagde] ontvangen werden. Toch is de ontvangst en niet de verzending van kennelijk beoogde wilsverklaringen bepalend voor het rechtseffect (art. 3:37 lid 3 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf, en de alinea staat in dat document op bytes 18046 tot 18779.