Citaat | Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Alinea 35 Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 januari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2.

Nu de argumentatie van [gedaagde] ruimte laat voor de mogelijkheid dat hij zich niet (of onvoldoende) realiseerde dat het dringend noodzakelijk was een concrete achterstand aan te zuiveren, dan wel er van meende te mogen uitgaan dat CZ (verder) betalingsuitstel gaf (zodat er een recht op - verdere - opschorting gold, althans in afwachting van een Wsnp-procedure niet gedagvaard zou worden), ware het aan CZ geweest om in rechte te expliciteren waarom en sinds wanneer zij [gedaagde] desondanks in verzuim acht. Pas dan had kunnen blijken of / in welke mate incassohandelingen en zelfs procederen in rechte redelijkerwijs noodzakelijk waren. CZ laat na daartoe het minimaal noodzakelijke te stellen ,Zij vond het zelfs niet nodig melding te maken van het alleszins relevante beroep op betalingsnood en een daarin vervat te achten verzoek om uitstel. Hoewel CZ formeel niet gehouden is met minder dan algehele betaling van een opeisbare schuld genoegen te nemen (art. 6:29 BW), dwingen de regels van de redelijkheid en billijkheid die haar rechtsverhouding met [gedaagde] mede bepalen, haar tot een redelijke reactie op een sociale noodsituatie als de onderhavige. Reeds het uitblijven van zo’n reactie (daaromtrent is immers niets gesteld) zou aan het intreden van verzuim eerder dan 27 oktober 2014 in de weg kunnen staan. Er is echter meer dat tot die conclusie dwingt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf, en de alinea staat in dat document op bytes 18836 tot 20224.