Citaat | Rechtbank Limburg 7 januari 2015
Alinea 36 Rechtbank Limburg 7 januari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 januari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2.
De incidentele vermelding van het woord (betalings)verzuim in het exploot, zonder concretisering en zonder referentie aan een dag en een oorzaak, kan niet verhelpen dat CZ vermeend buitengerechtelijk betalingsverzuim van [gedaagde] van een onvoldoende feitelijke basis voorziet. De koppeling immers van verzuim aan een reeks concrete facturen, maakt het noodzakelijk dat op zijn minst de datum van de afzonderlijke facturen bekendgemaakt wordt, terwijl het globale karakter van de aanduiding ‘verzuim’ ook verder vragen openlaat over de toepassing op de situatie van [gedaagde] en op een concrete toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. Per factuur had CZ de datum en de weg waarlangs volgens haar verzuim bewerkstelligd is, moeten duiden. Dit tekort in de stelplicht, nog versterkt door het ontbreken van een gericht bewijsaanbod, raakt - zoals hierna nader gemotiveerd wordt - beide nevenvorderingen, die bij gebrek aan feitelijke grondslag afgewezen worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf, en de alinea staat in dat document op bytes 20281 tot 21281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf | shasum -a 256