Citaat | Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Alinea 38 Rechtbank Limburg 7 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 januari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2.

Zonder concreet geduid verzuim van de debiteur komt de zelfs in het geheel niet toegelichte vertragingsrente vanaf een ongenoemd gelaten dag tot en met de dagvaardingsdatum niet voor toewijzing in aanmerking. Gelet op de reeks abstracte alinea’s over inspanningen tot invordering (met als enige ‘concrete’ uitzondering de verwijzing naar ‘productie 1’, een onvolledig en onduidelijk stuk dat zelfs geen nummer droeg), lijkt CZ te miskennen dat de kantonrechter pas bij voldoende geadstrueerd / geconcretiseerd betalingsverzuim aan honorering van een ‘veertiendagenbrief’ via de prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1405) zou kunnen toekomen. Daarvoor moet natuurlijk wel vaststaan dat de brief waarop CZ zich beroept, de bestemming bereikt heeft of dat het om andere redenen daarvoor gehouden zou moeten worden. Zelfs ten aanzien van dit laatste verzaakt CZ haar stelplicht. Aldus valt te concluderen dat eventueel aan incasso bestede werkzaamheden en daarop betrekking hebbende kosten prematuur of slechts ter instructie van de in rechte op te brengen zaak aangewend zijn. De kosten waarvoor verhaal gezocht is, zijn dan geheel als proceskosten aan te merken (art. 241 Rv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc0da1e774d76505d2eaa13c2e883d4181983b1e9922e175a43c7e56f4e9afdf, en de alinea staat in dat document op bytes 22779 tot 24019.