Citaat | Rechtbank Limburg 15 april 2015

Alinea 41 Rechtbank Limburg 15 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 15 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2898.

De incidentele vermelding van het woord ‘verzuim’ in het exploot, zonder concretisering en zonder referentie aan een dag en een oorzaak, kan niet verhelpen dat ZKA vermeend buitengerechtelijk betalingsverzuim van [gedaagde] van een onvoldoende feitelijke basis voorziet. De koppeling immers van verzuim aan een reeks concrete facturen, maakt het noodzakelijk dat op zijn minst de datum van de afzonderlijke facturen bekendgemaakt wordt, terwijl het globale karakter van de aanduiding ‘verzuim’ ook verder vragen openlaat over de toepassing op de situatie van [gedaagde] en op een concrete toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. Per factuur had ZKA de datum en de weg waarlangs volgens haar verzuim bewerkstelligd is, moeten duiden. Het bij de rentepost noemen van de term ‘vervaltermijn’ zonder uitleg en concretisering, voldoet in dit opzicht in ieder geval niet. Dat ten aanzien van een of meer van de drie aan de orde gestelde facturen voor [gedaagde] een fatale termijn in de zin van art. 6:83 aanhef en onder a. BW gold, is gesteld noch gebleken. Dit tekort in de stelplicht, nog versterkt door het ontbreken van een naar onderwerp en toe te passen middel voldoende gericht bewijsaanbod, raakt - zoals hierna nader gemotiveerd zal worden - beide nevenvorderingen, die bij gebrek aan feitelijke grondslag afgewezen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89a4bdd70710d00d94268b65c0fb88fe2ddced6f1854ecef398975d967fc88c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89a4bdd70710d00d94268b65c0fb88fe2ddced6f1854ecef398975d967fc88c5, en de alinea staat in dat document op bytes 21670 tot 23046.