Citaat | Rechtbank Limburg 4 februari 2015
Onder 5.10. Rechtbank Limburg 4 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:3155.
Het beroep van [gedaagde hoofdzaak, eiser vrijwaringszaak] op de redelijkheid en de billijkheid kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen, reeds omdat door [gedaagde hoofdzaak, eiser vrijwaringszaak] onvoldoende omstandigheden zijn aangevoerd die dit beroep zouden moeten schragen. Daarenboven overweegt de rechtbank dat schade die ontstaat als gevolg van handelingen die waren gericht op diefstal naar haar oordeel bezwaarlijk gekwalificeerd kan worden als “onbedoeld, ongelukkig en ongewild”, ook niet wanneer dat handelen plaatsvond in een dronken toestand. Een andere uitkomst zou betekenen dat de gevolgen van het gedrag zoals dat van [gedaagde hoofdzaak, eiser vrijwaringszaak] in beginsel niet voor rekening van de dader, maar voor de verzekeraar van [X] of (ware er geen sprake van een verzekering) voor rekening van [X] als gelaedeerde zelf zouden komen, en naar het oordeel van de rechtbank bestaat daartoe in zijn algemeenheid geen enkele aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f88f5c2d3fbf9c88b08763572584c8f1d6f4f259631f11c685ba8971f46ec05a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f88f5c2d3fbf9c88b08763572584c8f1d6f4f259631f11c685ba8971f46ec05a, en de alinea staat in dat document op bytes 26447 tot 27434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f88f5c2d3fbf9c88b08763572584c8f1d6f4f259631f11c685ba8971f46ec05a | shasum -a 256