Citaat | Rechtbank Limburg 29 april 2015
Alinea 31 Rechtbank Limburg 29 april 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:3418.
Zelfs de datering van (eventueel) ter zake aan [gedaagde] gezonden (en al dan niet door hem ontvangen) berichten is niet in het inleidende processtuk vermeld. De verder ook inhoudelijk zonder toelichting gebleven ‘productie 1’ bij exploot, een kopie van een verminkte en/of gekortwiekte print met datering 26 juni 2014 van ‘Debiteurenbeheer’ (zonder verdere naamsvermelding doch via een in het briefhoofd vermeld e-mailadres herleidbaar tot CZ), voorzien van de plaatsaanduiding Tilburg en gericht aan ‘De heer [gedaagde]’, zou volgens CZ beantwoorden aan de eisen van een zogeheten ‘veertiendagenbrief’ in de zin van art. 6:96 lid 6 BW. Het exploot vermeldde echter niet dat CZ zich op het standpunt stelde dat de bewuste ‘aanmaning’ door [gedaagde] daadwerkelijk ontvangen was. CZ volstond ermee op te merken dat deze ‘brief / brieven’ ofwel ‘(een) aanmaning(en)’ aan gedaagde partij [gedaagde] ‘verstuurd’ of ‘gestuurd’ is / zijn. Opmerking verdient nog dat in de print sprake is van een verschuldigd bedrag van € 432,48 dat in het geheel niet spoort met bedragen die verder in deze zaak genoemd zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901, en de alinea staat in dat document op bytes 9753 tot 10911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901 | shasum -a 256