Citaat | Rechtbank Limburg 29 april 2015

Alinea 41 Rechtbank Limburg 29 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:3418.

De dupliek van [gedaagde] bevat alsnog enige eisen (tegenvorderingen) ‘conform Internationaal Privaatrecht’, die onder meer premierestitutie ‘ab initio der verbintenis’ ten opzichte van CZ en een ‘schadevergoeding ten laste van de privé rekening van Gerechtsdeurwaarder Vekemans wegens samenzwering en meineed’ behelzen. Ook dient CZ alle gerechtelijke kosten te dragen. [gedaagde] stelt echter ‘geen prijs op achterstallige rente’, omdat hij zich ‘geen dief’ acht, noch op ‘4 maal de hoofdsom zoals deze hem conform codex Justinianus en de pandecten toekomt’, omdat hij er niet op uit zegt te zijn ‘mensen te ruïneren’. Hij verwijst tot slot naar ‘EVRM 6.3.a’ voor de eis dat het vonnis ‘in begrijpelijke taal in geschrift ter hand gesteld (wordt) per aangetekende post, met uitleg van inhoudelijke betekenis van het gebezigde vocabulaire’ en verklaart de ‘Substantiële noodwet’ en idem dito de ‘Mijnbouwwet’ niet van overeenkomstige toepassing. Een vingerafdruk bezegelt de dupliek, die mede het ‘autogram’ van “[gedaagde]” bevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901, en de alinea staat in dat document op bytes 19849 tot 20956.