Citaat | Rechtbank Limburg 29 april 2015
Alinea 46 Rechtbank Limburg 29 april 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:3418.
De kantonrechter zal voor het intreden van verzuim de door beide partijen uitdrukkelijk aan de orde gestelde brief d.d. 19 augustus 2014 van [gedaagde] aan CZ als beslissend moment in aanmerking nemen. [gedaagde] heeft in die brief zijn weigering tot premiebetaling zowel gegrond op de beweerde opzegging als op het feit dat hij zich als in het buitenland ‘geregistreerde niet fysiek bestaande, juridische constructie (een idee / sprookjesfiguur)’ niet verplicht achtte verzekerd te zijn. Omdat CZ geacht kan/mag worden op woensdag 20 augustus 2014 weet te hebben gekregen van de inhoud van deze brief, bracht de weigering van [gedaagde] per die datum zijn betalingsverzuim met zich. Alleen al omdat alle door CZ genoemde en/of overgelegde brieven (uitgezonderd de hier als vooraankondiging van dagvaarding aan te merken antwoordbrief van 28 augustus 2014) aan dit vertraagd ingetreden verzuim voorafgingen, hebben zij als vermeende incassohandeling geen invloed op de vraag of de kosten daarvan voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betekent dat CZ niet in het gelijk gesteld kan worden waar het haar aanspraak op vergoeding van € 49,73 aan incassokosten betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901, en de alinea staat in dat document op bytes 28196 tot 29383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be24b4f9f2cdad30c123dac8d9ea84d87ff83944cc7f796eacb040c9f0ede901 | shasum -a 256