Citaat | Rechtbank Limburg 6 augustus 2015

Alinea 40 Rechtbank Limburg 6 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 6 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:6691.

2. Op 30 september 2013 heeft vergunninghouder bij verweerder een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend in verband met een wijziging van de in te nemen afvalstoffen. Naast de thans in te nemen afvalstoffen wil vergunninghouder blijkens de aanvraag eveneens beenderen afkomstig uit de vleesverwerkende industrie innemen en drogen. De beenderen zijn afkomstig uit een proces waarin het vlees/vet/vel/bloed en dergelijke zijn gesepareerd/afgekookt. Het te drogen materiaal bestaat derhalve uitsluitend uit schone botten en pezen (en vocht). Volgens de aanvraag is de globale werkwijze als volgt. De te drogen beenderen worden in containers naar de inrichting aangevoerd. De container wordt gewogen op de binnen de inrichting aanwezige weegbrug, waarna de lading visueel wordt geïnspecteerd. Indien de vracht wordt goedgekeurd, worden de beenderen in een van de invoerbunkers voor de drooginstallatie gebracht. Als geen invoerbunker beschikbaar is, wordt de container tijdelijk binnen de inrichting opgeslagen. De te drogen beenderen worden met behulp van een kettingtransporteur/schroef naar de reeds aanwezige “afvalbewerkingslijn” getransporteerd en gedroogd. Na droging worden de gedroogde beenderen in containers dan wel losgestort opgeslagen in afwachting van afvoer naar een erkend bedrijf waar deze worden ingezet voor de productie van (huis)diervoer. De bewerkingscapaciteit is volgens de aanvraag beperkt tot maximaal 500 ton per week en de maximale opslagcapaciteit van ingekomen te drogen beenderen bedraagt 500 ton. Het drogen van de beenderenstromen vindt plaats in de bestaande drooginstallaties. De beenderen hebben een vochtgehalte van ca. 55% bij binnenkomst en zullen na droging een vochtgehalte van ca. 10% hebben. In de aanvraag is verder vermeld dat de totale inname- en bewerkingscapaciteit, alsmede de werktijden en milieubelasting van de inrichting ongewijzigd blijven ten opzichte van hetgeen in de oprichtingsvergunning van 5 juni 2008 is vergund. Volgens hoofdstuk 11 van de aanvraag bedraagt de bewerkingscapaciteit van het drogen van afval afkomstig van de papierindustrie en kunststofafval na de verandering 37% (was: 73,3%), van het afval van groencompostering 27% (was: 26,7%) en van beenderen 36% (was: 0%) van de totale capaciteit van de afvaldroger. Bij de aanvraag is een ‘Geuronderzoek voor [naam drogerij] drogerij te Panningen’ van september 2013, opgesteld door Odournet, waarin de geuremissie is onderzocht van de te realiseren kippenbeenderendroger, alsmede de geurimmissie, als gevolg van de totale geuremissie (dus inclusief de kippenbeenderendroger) in de toekomstige bedrijfssituatie. Volgens de conclusie van het rapport van Odournet blijkt uit de resultaten van de verspreidingsberekeningen dat zich binnen de geurcontour van 0,5 ou/m³ als 98-percentiel geen aaneengesloten woonbebouwing bevindt zodat wordt voldaan aan de immissienorm, gesteld in voorschrift 8.5 van de oprichtingsvergunning van 5 juni 2008.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0d3e11e20e75798ac6c2750f27dc3e6466760042e792f0f4a695a02c962cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0d3e11e20e75798ac6c2750f27dc3e6466760042e792f0f4a695a02c962cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 13860 tot 16847.