Citaat | Rechtbank Limburg 5 augustus 2015
Onder 3.1 Rechtbank Limburg 5 augustus 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:7074.
Wat dat laatste betreft, is op zijn minst opmerkelijk dat CZ in ieder geval in het inleidende processtuk de kantonrechter uitermate gebrekkig en onvolledig (en mogelijk zelfs niet ten volle naar waarheid) geïnformeerd heeft over alle voor de zaak van belang zijnde feiten (nog daargelaten dat zij ook overigens de grondslagen van bepaalde onderdelen van haar vordering niet van voldoende feitelijke onderbouwing voorzien had). Weliswaar is in de exploottekst (min of meer verstopt) verwerkt dat [gedaagde] (al) € 956,46 in mindering op de door CZ berekende schuld ‘in dit dossier’ voldaan had, maar hoe dit gebeurd was en dat tegelijkertijd ook in drie andere ‘dossiers’ een schuld ingelopen werd, is buiten beeld gelaten. Toch was het voor de oordeelsvorming uitermate relevant dat CZ juist wel terstond opgave gedaan had van het bestaan en de inhoud van de betalingsregeling, maar ook van de uitvoering daarvan tot het moment van dagvaarding. Dan had in ieder geval in het processtuk van 7 mei 2015 een nota bene bij de gemachtigde van CZ al op 4 mei 2015 geboekte extra aflossing van € 204,15 een plaats moeten krijgen. Zelfs op 20 mei 2015, de datum waartegen de zaak tegen [gedaagde] aangebracht was, heeft CZ het niet nodig geoordeeld een akte te nemen om deze vergissing te corrigeren en alsnog openheid van zaken te verschaffen of om in ieder geval haar vordering conform de werkelijkheid te verminderen. Deze wijze van optreden valt CZ in hoge mate kwalijk te nemen en rechtvaardigt mede een uiterst kritische toetsing van hetgeen naar haar mening als vordering resteert. Weliswaar moet geconstateerd worden dat [gedaagde] de regeling tot afbetaling waarschijnlijk niet tot in alle details stipt nakwam (soms met een vertraging van een paar dagen voor het gehele maandbedrag of voor een beperkt deel daarvan; een gat van € 100,00 voor de maand maart 2015), maar daar staat tegenover dat vol te houden valt dat hij ‘voor dit dossier’ aan al zijn verplichtingen (ruimschoots) voldaan heeft. Bovendien faalt CZ in het voldoen aan haar verplichting het tegendeel aan te tonen. Evenmin slaagt CZ er in het vermoeden te weerleggen dat de aanvankelijk verzwegen betalingsregeling nog steeds in de weg staat aan de opeisbaarheid van het eventuele restant van een vordering in ‘dit dossier’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80df3af31226217b9c3501953b5756fa6393967ab483d97ee6e8490853953f3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80df3af31226217b9c3501953b5756fa6393967ab483d97ee6e8490853953f3e, en de alinea staat in dat document op bytes 16865 tot 19233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80df3af31226217b9c3501953b5756fa6393967ab483d97ee6e8490853953f3e | shasum -a 256