Citaat | Rechtbank Limburg 26 augustus 2015

Alinea 34 Rechtbank Limburg 26 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:7211.

Omdat [gedaagde] - naar opgave van Hoist - tot de dagvaardingsdatum € 325,00 in mindering op de schuld aan Essent / Hoist voldaan had (hoe en wanneer is in het exploot onvermeld gelaten, doch is later in de twee nog volgende procestukken alsnog opgehelderd), heeft Hoist dit (in eerste aanleg) van het door haar berekende totaalbedrag van € 793,04 afgetrokken om aldus (met impliciete toepassing van de toerekening ex art. 6:44 BW) uit te komen op de te vorderen hoofdsom van € 468,04 (later in de procedure nog verminderd met 2 x € 195,00, waarbij ook bleek dat bij dagvaarding d.d. 5 januari 2015 geen rekening gehouden was met een betaling van 15 december 2014). Uit het tevens vermelde feit dat [gedaagde] buiten rechte verzocht had om zijn schuld in termijnen te voldoen, meende Hoist te mogen afleiden (zij gaat er ‘vanuit’) dat hij ‘de vordering erkent’. In voortgezet debat vulde zij dit aan met de verzuchting (ontlokt door het verweer van [gedaagde] bij antwoord) dat hij ‘dondersgoed weet waar deze zaak op ziet en wie rechthebbende is’, terwijl hij volgens haar natuurlijk niets ‘onverschuldigd betaald’ heeft aan de gemachtigde van Hoist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32a23ca584e4ccfb8adb46f64df1f5e549f01f3250b9a98a5b5bc120837ba974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32a23ca584e4ccfb8adb46f64df1f5e549f01f3250b9a98a5b5bc120837ba974, en de alinea staat in dat document op bytes 12947 tot 14136.