Citaat | Rechtbank Limburg 26 augustus 2015

Alinea 41 Rechtbank Limburg 26 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:7211.

In voortgezet debat heeft [gedaagde] bij zijn diverse verweren volhard, doch concentreerde hij zich in het bijzonder op de wijze waarop Hoist voorbijging en voorbijgaat aan de getroffen betalingsregeling, die tot en met de datum van de dupliek door [gedaagde] nagekomen werd. Hoewel het nog steeds (ook bij repliek) onvoldoende substantiëren van haar vordering Hoist (als ‘professionele partij’) in de visie van [gedaagde] al zou moeten opbreken, maakt het correct (en tijdig) naleven van de op 7 juli 2014 telefonisch gemaakte afspraak tot afbetaling in maandelijkse termijnen van € 65,00 dat Hoist [gedaagde] ten onrechte en rauwelijks gedagvaard heeft. Door op 9 juli 2014 de eerst per 1 augustus 2014 verschuldigde eerste termijn te voldoen, liep [gedaagde] met deze en volgende betaling(en) zelfs voor en was er geen plaats voor het thans namens Hoist gemaakte verwijt dat hij steeds ‘te laat’ was. Er is ook geen sprake van (wat Hoist bij repliek wel beweerde) dat [gedaagde] na 16 februari 2015 (Hoist schreef ten onrechte ‘2014’) ‘opgehouden (is) met betalen’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32a23ca584e4ccfb8adb46f64df1f5e549f01f3250b9a98a5b5bc120837ba974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32a23ca584e4ccfb8adb46f64df1f5e549f01f3250b9a98a5b5bc120837ba974, en de alinea staat in dat document op bytes 17085 tot 18186.