Citaat | Rechtbank Limburg 30 september 2015
Alinea 52 Rechtbank Limburg 30 september 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 september 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:8177.
Hoist had ter rechtvaardiging van haar beide nevenvorderingen duidelijk moeten maken op basis van welke feitenconstellatie zij van mening kon zijn dat / wanneer / hoe [gedaagde] buiten rechte in een situatie van betalingsverzuim geraakt is. Hoist laat echter zelfs in het midden of zulk verzuim voortvloeit uit het bestaan van een fatale betalingstermijn in de zin van art. 6:83 aanhef en sub a. BW (‘van rechtswege’) dan wel een gevolg is van een concreet aan te duiden ingebrekestelling (de hoofdweg van art. 6:82 BW). Als zij de opvatting mocht huldigen (die niet met zoveel woorden naar voren gebracht is !) dat de zes door haar aan de orde gestelde facturen van Essent een vervaltermijn of fatale termijn voor betaling bevatten in de zin van het eerstgenoemde wetsartikel, had zij daarvoor nadere stellingen moeten ontwikkelen en bijvoorbeeld de inrichting van de factuur en van de overeenkomst (al dan niet aangevuld met algemene voorwaarden) moeten bespreken, liefst aangevuld met documentatie die daarvan bevestiging levert. Anders dan Hoist lijkt te menen, is het immers niet de wanbetaling of het nalaten van enige betaling van de zijde van de debiteur als zodanig die / dat zulk verzuim zonder meer meebrengt. Voor ander verzuim van rechtswege ontbreekt in haar stellingen iedere aanwijzing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea3465dcf86aed0865a3b0da5a5e12b939a0e22588451fa5d797f96b9889edd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea3465dcf86aed0865a3b0da5a5e12b939a0e22588451fa5d797f96b9889edd9, en de alinea staat in dat document op bytes 26216 tot 27535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea3465dcf86aed0865a3b0da5a5e12b939a0e22588451fa5d797f96b9889edd9 | shasum -a 256