Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Alinea 30 Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:925.
Zelfs de datering van de (eventueel) aan [gedaagde] gezonden (en al dan niet door hem ontvangen) oorspronkelijke factuur of nota is niet vermeld. De inhoudelijk zonder toelichting gebleven productie bij exploot, een kopie van een gehalveerde brief / een concept van 19 juni 2014 van ‘Debiteurenbeheer’ (zonder verdere naamsvermelding) te Tilburg aan ‘De heer [gedaagde]’, zou volgens CZ beantwoorden aan de eisen van een zogeheten ‘veertiendagenbrief’ in de zin van art. 6:96 lid 6 BW. Het exploot stelt echter niet de ontvangst van de bewuste van CZ - en dus niet van de incassogemachtigde - afkomstige ‘aanmaning’ door [gedaagde] voorop, doch volstaat ermee op te merken dat dit stuk (aan hem) ‘verstuurd’ of ‘gestuurd’ is. Ook ten aanzien van de brief van 22 mei 2014 van CZ die bij repliek aan de orde gesteld is, is de (veronderstelde) ontvangst door [gedaagde] niet met zoveel woorden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677, en de alinea staat in dat document op bytes 9353 tot 10292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677 | shasum -a 256