Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2015

Alinea 31 Rechtbank Limburg 11 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:925.

CZ stelt uit de overeenkomst of overeenkomsten met [gedaagde] aldus een bedrag van € 95,90 ‘van gedaagde opeisbaar te vorderen gekregen’ te hebben. Ondanks (herhaalde) aanmaning, zo poneert zij verder, heeft zij ‘geen betaling van voormeld verschuldigd (totaal)bedrag kunnen verkrijgen’. Op basis hiervan constateert CZ dat op een ongenoemd gebleven moment en op een niet geëxpliciteerde grond sprake was van ‘betalingsverzuim’ ter zake van deze post. Zij heeft zich ‘genoodzaakt gezien haar vordering op gedaagde ter incasso uit handen te geven aan GGN, haar incassotussenpersoon’. Het moment van overdracht aan ‘GGN’ is vermeld noch van documentatie voorzien en eventuele concrete acties die de incassogemachtigde ondernomen heeft, zijn in het geheel niet beschreven / toegelicht. Ook bij repliek is de rol van de incassogemachtigde niet nader ingevuld. De twee in kopie overgelegde stukken (de verminkte brief van 19 juni 2014 als bijlage van het exploot en de bij de repliek toegevoegde betalingsherinnering van 22 mei 2014 vermelden CZ als opsteller / afzender.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677, en de alinea staat in dat document op bytes 10349 tot 11453.