Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Alinea 34 Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:925.
Het verweer van [gedaagde] is er op gericht dat naar zijn overtuiging alle verschuldigde premie reeds aan CZ betaald is, in verband waarmee hij bij antwoord fotokopieën van betalingsgegevens ingebracht heeft die kennelijk verzameld zijn door de Kredietbank Limburg (getuige het papier waarop de prints gemaakt zijn). Uit de stukken valt ook af te leiden dat [gedaagde] in het beheer van zijn financiën door deze Kredietbank begeleid wordt. Hoewel [gedaagde] dit niet uitdrukkelijk kenbaar maakt, moet uit zijn opstelling in rechte (en ook het zwijgen in voortgezet debat) opgemaakt worden dat hij zich zowel voor de eventueel nog verschuldigde hoofdsom als voor de nevenvorderingen verder aan het oordeel van de kantonrechter refereert, hetgeen betekent dat de totale vordering van CZ getoetst wordt aan maatstaven van rechtmatigheid, redelijkheid en rechtvaardigheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677, en de alinea staat in dat document op bytes 12592 tot 13475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677 | shasum -a 256