Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Alinea 36 Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:925.
CZ heeft door de gekozen inrichting van het exploot van dagvaarding nagelaten onderdelen van haar vordering van een behoorlijke feitelijke grondslag te voorzien. Het mag dan wellicht zo zijn dat [gedaagde] buiten rechte de hoofdvordering niet uitdrukkelijk betwist heeft, dat wil niet zeggen dat hij bijvoorbeeld niet kenbaar gemaakt heeft dat premiebetalingen via de Kredietbank Limburg liepen of dat CZ dit niet had kunnen weten. In dat geval had het op de weg van CZ of haar incassogemachtigde gelegen aldaar navraag te doen naar het (mogelijk bij vergissing) uitblijven of onvindbaar zijn van één maandbetaling, want daar komt het dispuut van partijen op neer. Waar bij [gedaagde] tot en met het moment van antwoord in deze procedure de overtuiging bestond dat alles correct betaald was (en dat mogelijk ook buiten rechte aan CZ heeft laten weten), had CZ ook zonder uitdrukkelijk verzoek van [gedaagde] of de Kredietbank betaalgegevens kunnen vergelijken. CZ doet dat nu pas bij repliek, na eerst [gedaagde] gedagvaard te hebben en diens reactie een maandlang te hebben kunnen onderzoeken en geeft er geen blijk van dat die check (ook) vooraf gepleegd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677, en de alinea staat in dat document op bytes 13629 tot 14849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677 | shasum -a 256