Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Alinea 37 Rechtbank Limburg 11 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:925.
Uit die bij repliek gepleegde check - en meer speciaal uit het betaaloverzicht dat CZ als prod.2 bijvoegde - blijkt dat het verschil in uitgangspunt van verzekerde betaler en verzekeraar / schuldeiser voortvloeit uit de wijze van boeken van ontvangen bedragen: waar de Kredietbank Limburg een afschrijving (mutatie) van € 95,90 van de (voor [gedaagde]) aangehouden rekening naar CZ per 15 april 2014 voorzag van de vermelding ‘Ziekenfonds - april 2014’, merkt CZ deze betaling aan als de voldoening van premie voor de maand maart 2014. Klaarblijkelijk hing dit laatste samen (CZ legt dit echter nog steeds niet uit!) met het sedert 1 januari 2014 ontstaan zijn van een premieachterstand, want het op dit punt niet toegelichte overzicht vermeldt per 24 maart 2014 de ontvangst van een bedrag van € 192,07 van [gedaagde] (Kredietbank) dat geboekt is als premie voor januari en februari 2014 plus een bedragje van € 0,27 aan rente. Daaruit valt met enige goede wil inderdaad af te leiden dat er over één maand geen premie betaald is, zij het dat het dan over de maand maart 2014 en niet april 2014 gaat. Als CZ die conclusie nu trekt, had zij deze echter onder verwijzing naar een overzicht als het onderhavige (waarvan de juistheid en volledigheid bij gebreke van verweer in tweede ronde door [gedaagde] niet betwist zijn) voorafgaand aan dagvaarding onder aandacht van [gedaagde] (en de Kredietbank) moeten brengen om iedere mogelijkheid van een vergissing te ecarteren. Nu niet gebleken is dat zulks met enige precisie gedaan is (eerder is van het tegendeel sprake omdat slechts gerefereerd is aan onbetaalde premie over april 2014!), en ook overigens niet heeft kunnen blijken van het buiten rechte intreden van betalingsverzuim aan de zijde van [gedaagde], moet ervan uitgegaan worden dat van zulk verzuim pas sedert de datum van repliek, 17 december 2014, sprake kan zijn. Te gelden heeft immers dat op dat moment duidelijk geworden is dat nagelaten is de basispremie ZKV over één maand (maart 2014) te voldoen tot het genoemde bedrag van € 95,90, zodat het ook in de lijn ligt om [gedaagde] vanaf die datum aan te slaan voor verschuldigde wettelijke rente. Voor zover CZ bij exploot extra claims ter zake van eerder vervallen geachte wettelijke rente over de hoofdsom en een vergoeding van buitengerechtelijke kosten onderdeel van haar vordering gemaakt heeft, komen deze reeds daarom niet voor toewijzing in aanmerking. [gedaagde] is in het licht van het voorgaande zelfs als rauwelijks gedagvaard te beschouwen. Ook overigens moet vastgesteld worden (en niet voor het eerst) dat CZ die nevenvorderingen zowel bij exploot als aanvullend bij repliek van een onvoldoende feitelijk fundament voorzien heeft. Van naar moment en oorzaak duidelijk aanwijsbaar verzuim van rechtswege is in de uiteenzettingen van CZ geen sprake, terwijl zij zich - al is het maar omdat de ontvangsttheorie van art. 3:37 lid 3 BW volledig genegeerd is - evenmin kan beroepen op een door ingebrekestelling buiten rechte ingetreden betalingsverzuim van [gedaagde].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677, en de alinea staat in dat document op bytes 14906 tot 17977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86b1bd19481442800ace0424979e6d3d7ca9bd164c6563820c5c78ee34106677 | shasum -a 256