Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2016
Alinea 25 Rechtbank Limburg 11 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1166.
3. Vervolgens heeft eiser gemotiveerd beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Nadat verweerder op grond van het bepaalde in artikel 5:39 van de Awb het bezwaarschrift aan de rechtbank heeft doorgezonden als zijnde een beroepschrift, heeft eiser bij brief van 12 november 2015 vervolgens bij de rechtbank ook gronden ingediend tegen de invorderingsbeschikking. Eiser stelt zich hierbij op het standpunt dat, anders dan verweerder meent, is voldaan aan de voorwaarde die is gesteld bij de last onder dwangsom, namelijk het vóór 15 november 2014 indienen van een melding. De melding is namelijk gedaan op 12 november 2014. Vervolgens is aan eiser op diens verzoek tot 1 mei 2015 uitstel verleend voor het indienen van volgens de RUDZL nader benodigde stukken. Deze aanvullende stukken werden ingediend op 15 april 2015, dus binnen de gestelde termijn, zo stelt eiser. Van het vorderen en innen van een dwangsom kan in de visie van eiser dan ook geen sprake zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19f1d528951aed610f07a431a3bc19d9b353eb52437ee1737b554ec86bdd37c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19f1d528951aed610f07a431a3bc19d9b353eb52437ee1737b554ec86bdd37c3, en de alinea staat in dat document op bytes 10328 tot 11308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19f1d528951aed610f07a431a3bc19d9b353eb52437ee1737b554ec86bdd37c3 | shasum -a 256