Citaat | Rechtbank Limburg 11 februari 2016

Onder 22.2. Rechtbank Limburg 11 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 februari 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1166.

Ten aanzien van de opgegeven verletkosten overweegt de rechtbank het volgende. De verletkosten voor het bijwonen van de zitting kunnen geschaard worden onder kosten in de zin van artikel 1, aanhef en onder d, van het Bpb. Ingevolge artikel 2, onder d, van het Bpb worden verletkosten bepaald op een tarief dat, afhankelijk van de omstandigheden, tussen € 7,- en € 81,- per uur bedraagt. Eiser heeft het gestelde uurtarief van € 80,- niet onderbouwd en gespecificeerd. Dat is voor de rechtbank aanleiding om – gelet op de uitspraak van de ABRvS van 3 januari 2007, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RVS:2007:AZ5488 – het uurtarief voor arbeidskosten in beginsel vast te stellen op het minimumtarief van € 7,-. De rechtbank acht voorts bij gebrek aan onderbouwing ook geen termen aanwezig om de kosten voor de opvang van de dieren gedurende de periode dat eiser bij de zitting aanwezig was te vergoeden. Voor de post verletkosten komt derhalve, bij het in redelijkheid in aanmerking nemen van in totaal 3 uur verlet, € 21,- voor vergoeding door verweerder in aanmerking. De parkeerkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat dit geen kosten zijn in de zin van artikel 1 van het Bpb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19f1d528951aed610f07a431a3bc19d9b353eb52437ee1737b554ec86bdd37c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19f1d528951aed610f07a431a3bc19d9b353eb52437ee1737b554ec86bdd37c3, en de alinea staat in dat document op bytes 21394 tot 22621.