Citaat | Rechtbank Limburg 9 maart 2016
Onder 4.29. Rechtbank Limburg 9 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 9 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1936.
De rechtbank gaat ook voorbij aan de stelling van [eiser sub 1] en de Stichting dat het gezien de te volgen route bij de uitwinning van een pandrecht op een geldvordering niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest om - in het kader van artikel 58 Fw - de bepalingen en termijnen bij uitwinning van geldvorderingen gelijk te stellen aan die van uitwinning van een pandrecht op verkoopbare goederen. Als het de bedoeling van de wetgever was geweest om een onderscheid te maken in pandrechten op vorderingen en pandrechten op verkoopbare goederen vanwege de verschillen in dynamiek en de wijze waarop die pandrechten uitgewonnen worden, dan had het naar het oordeel van de rechtbank voor de hand gelegen dat de wetgever dat onderscheid in de wettelijke bepalingen tot uitdrukking had gebracht. Dat is evenwel niet het geval. Daar komt bij dat zowel bij de inning van geldvorderingen als bij de verkoop van goederen waarop het pandrecht rust, verweer gevoerd kan worden tegen het onderliggende vorderingsrecht: het innen van een verpande geldvordering is naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer of per definitie problematischer of meer tijdrovend dan de - openbare - verkoop van verpande zaken. Nu [eiser sub 1] en de Stichting hun stelling dienaangaande niet verder hebben gemotiveerd, gaat de rechtbank hieraan dan ook voorbij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9, en de alinea staat in dat document op bytes 40197 tot 41555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9 | shasum -a 256