Citaat | Rechtbank Limburg 9 maart 2016
Onder 4.35. Rechtbank Limburg 9 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 9 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1936.
Zoals hiervoor overwogen stond en staat het de curatoren vrij om tot inning van de stil verpande vorderingen over te gaan, totdat de pandhouder mededeling heeft gedaan van de pandrechten. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de curatoren daarbij gehouden om aan de pandhouders inzage te geven van de geïnde vorderingen, zodat de pandhouders niet alleen weten welke vordering(en) zij bij de curatoren kunnen/moeten indienen, maar ook kunnen beoordelen welke verpande vorderingen nog niet geïnd zijn en waarvan dus nog de mogelijkheid bestaat om de verpanding openbaar te maken door het doen van mededeling aan de debiteur. Daar komt in het onderhavige geval bij dat geenszins valt uit te sluiten dat door de curatoren betalingen zijn ontvangen vanwege vorderingen waarop een openbaar pandrecht rustte, voor welke vorderingen (uiteindelijk) geen termijn is gesteld en ten aanzien waarvan derhalve slechts de pandhouders inningsbevoegd waren. Ook van die inningen dient naar het oordeel van de rechtbank een overzicht aan de pandhouders verschaft te worden. In zoverre ligt de vordering sub b voor toewijzing gereed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9, en de alinea staat in dat document op bytes 47047 tot 48178.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9 | shasum -a 256