Citaat | Rechtbank Limburg 9 maart 2016

Onder 4.20. Rechtbank Limburg 9 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 9 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1936.

De curator heeft echter niet de vrijheid de bevoegdheid van de stille pandhouder tot het doen van de genoemde mededeling te frustreren door zijnerzijds aanstonds aan die debiteuren mede te delen dat zij de stil verpande vorderingen op de rekening van de boedel moeten voldoen in plaats van op die van de stille pandhouder. De Hoge Raad heeft in ING/Verdonk qq beslist dat de curator een redelijke termijn - die aanvangt daags na de faillietverklaring en ten aanzien van een professionele stille pandhouder als een bank in het algemeen is te stellen op veertien dagen - in acht dient te nemen alvorens een dergelijke (op incasso van de verpande vorderingen gerichte) mededeling aan de debiteuren te doen, teneinde de stille pandhouder in de gelegenheid te stellen de bevoegdheid tot inning op zich te doen overgaan door de bedoelde mededeling aan de debiteuren te doen. Een en ander impliceert dat voldoende is dat de curator zich gedurende genoemde termijn onthoudt van op inning van de verpande vorderingen gerichte activiteiten; hij is dus niet verplicht de stille pandhouder een redelijke termijn te stellen om jegens de debiteuren van de verpande vorderingen over te gaan tot uitoefening van zijn rechten overeenkomstig artikel 57 Fw. Na het verstrijken van de door de curator aan de pandhouder te gunnen redelijke termijn is de curator gerechtigd een stil verpande vordering actief te innen, zonder dat daartoe de in artikel 58 lid 1 Fw bedoelde termijn behoeft te zijn gesteld en verstreken. Tot actieve inning is de curator, ook na het verstrijken van de door hem aan de pandhouder te gunnen redelijke termijn (niet zijnde de in artikel 58 lid 1 Fw bedoelde termijn), echter niet (langer) gerechtigd indien de pandhouder hem heeft laten weten zijn in artikel 57 lid 1 Fw bedoelde rechten te willen uitoefenen, tenzij een (vervolgens) door de curator ex artikel 58 lid 1 Fw gestelde redelijke termijn is verstreken. Dit leidt tot het oordeel dat, anders dan [eiser sub 1] en de Stichting hebben betoogd, de curatoren hen geen termijn hoefden te stellen om mededeling te doen aan de debiteuren als bedoeld in artikel 3:246 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9, en de alinea staat in dat document op bytes 28582 tot 30727.