Citaat | Rechtbank Limburg 9 maart 2016

Onder 4.23. Rechtbank Limburg 9 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 9 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1936.

Hetgeen hiervoor is overwogen, betekent dan ook niet dat de curator gedurende de genoemde redelijke termijn waarbinnen hij zich dient te onthouden van op incasso van de verpande vorderingen gerichte mededelingen aan de desbetreffende debiteuren, de hiervoor in 4.19 genoemde bevoegdheid om voldoening van de stil verpande vorderingen te eisen en betalingen van die vorderingen in ontvangst te nemen, heeft verloren. Het betekent slechts dat hij om de hiervoor in 4.20 genoemde reden dient na te laten actief van die bevoegdheid gebruik te maken. Dit brengt mee dat betalingen die debiteuren van de verpande vorderingen eigener beweging aan de curator hebben gedaan, in de faillissementsboedel vallen, zij het dat de stille pandhouder ter zake van het ontvangene verhaal kan zoeken overeenkomstig de aan zijn pandrecht verbonden voorrang, onder de verplichting bij te dragen in de algemene faillissementskosten (vgl. HR 17 februari 1995, nr. 15743, LJN ZC1641, NJ 1996, 471 (Mulder/CLBN)). Na ommekomst van de door de curator in acht te nemen termijn geldt dat de curator actief mag gaan innen, zij het dat mededeling van de pandhouder niet mag worden gefrustreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fc31f4e25469b79229a2725511ae9e13b63a856b35f04e85e2eff70221016b9, en de alinea staat in dat document op bytes 31955 tot 33132.