Citaat | Rechtbank Limburg 30 maart 2016

Onder 4.1.3. Rechtbank Limburg 30 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:2957.

Gelet op dit verweer dient de rechtbank allereerst te beoordelen of überhaupt sprake is van een onrechtmatige toestand waarvan opheffing kan worden gevorderd. Bij deze beoordeling staat de vraag waar de juridische erfgrens tussen de percelen van [eiser] en [gedaagden] zich bevindt centraal. Het antwoord op deze vraag vormt overigens ook de kern van het geschil tussen partijen. Volgens [eiser] is de juridische erfgrens de erfgrens zoals deze blijkt uit de kadastrale grensreconstructie, terwijl volgens [gedaagden] de juridische erfgrens in de lengterichting onder het midden van de coniferenhaag loopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010, en de alinea staat in dat document op bytes 12620 tot 13241.