Citaat | Rechtbank Limburg 30 maart 2016

Onder 4.1.3. Rechtbank Limburg 30 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:2957.

4.1.3.3. Ter gelegenheid van de descente en comparitie en ook in de nadien genomen akte, heeft [eiser] , daarmee in zoverre terugkomend van de door hem bij dagvaarding ter zake ingenomen stelling, gesteld dat hij ervan uit gaat dat de coniferenhaag, de rechtbank begrijpt op zijn vroegst, in mei 1993 is geplant. [gedaagde sub 1] heeft dat gemotiveerd betwist. De rechtbank is evenwel van oordeel dat in het midden kan blijven wie van partijen op dit punt het gelijk aan zijn zijde heeft. Immers zelfs als de rechtbank ervan uit zou gaan dat [eiser] het gelijk aan zijn zijde heeft en de coniferenhaag op zijn vroegst in mei 1993 is geplant, geldt dat het verjaringsverweer van [gedaagde sub 1] slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010, en de alinea staat in dat document op bytes 14399 tot 15115.