Citaat | Rechtbank Limburg 30 maart 2016
Onder 4.1.3. Rechtbank Limburg 30 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:2957.
[gedaagden] heeft onweersproken gesteld dat hij de strook grond tussen de kadastrale erfgrens en (het midden van) de coniferenhaag vanaf het planten van die haag onafgebroken in zijn bezit heeft gehad, zodat dit in rechte vast staat. Het antwoord op de vraag of [gedaagden] hierbij te goeder trouw was kan in het midden blijven. Immers als de rechtbank ervan uitgaat dat de coniferenhaag in mei 1993 is geplant, zoals [eiser] stelt, dan verjaart de rechtsvordering tot beëindiging van dat bezit in mei 2013, tenzij de verjaring voordien is gestuit door een schriftelijke aanmaning die binnen zes maanden wordt gevolgd door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging. [eiser] heeft [gedaagden] weliswaar aangeschreven op 11 december 2012 en 8 april 2013, maar zo (een van) deze brieven al zouden kunnen worden beschouwd als een schriftelijke aanmaning in de zin van artikel 3:317 lid 2 BW, moet de rechtbank vaststellen dat [eiser] [gedaagden] eerst op 3 maart 2015 in rechte heeft betrokken. Aldus heeft [eiser] niet binnen de in artikel 3:316 lid 2 BW genoemde termijn van zes maanden een eis of een andere daad van rechtsvervolging ingesteld. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende is verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010, en de alinea staat in dat document op bytes 15127 tot 16497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010 | shasum -a 256