Citaat | Rechtbank Limburg 30 maart 2016
Onder 4.1.3. Rechtbank Limburg 30 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 maart 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:2957.
4.1.3.6. Het voorgaande brengt met zich dat de juridische erfgrens tussen de percelen van [eiser] en [gedaagden] in de lengterichting onder het midden van de coniferenhaag loopt. Dit betekent dat de coniferenhaag mandelig is in de zin van artikel 5:62 BW. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot de conclusie dat geen sprake is van een onrechtmatige toestand waarvan opheffing kan worden gevorderd. De vordering tot verwijdering van de coniferenhaag zal daarom worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010, en de alinea staat in dat document op bytes 20077 tot 20576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7a8aa1c8db8176356a55c3c2b1f84a07df8b22db88d834c25d87b3ece4ce010 | shasum -a 256