Citaat | Rechtbank Limburg 4 juli 2016

Alinea 20 Rechtbank Limburg 4 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 juli 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5693.

5. Eiseres heeft zich met het bestreden besluit niet kunnen verenigen en heeft daartegen in beroep – zakelijk weergegeven – allereerst aangevoerd dat verweerder niet bevoegd was om de last op te leggen. Zo mocht verweerder niet uitgaan van het politierapport van 13 juli 2014, nu dit aantoonbaar onwaarheden bevat. Voorts kan niet worden gesteld dat vanuit de woning drugs zijn verkocht, afgeleverd of verstrekt. Bovendien heeft verweerder in dat verband zijn bevoegdheid ten onrechte opgerekt, nu artikel 13b van de Opiumwet uitgaat van verkoop in of rondom de woning, doch niet vanuit de woning zoals verweerder stelt. Het besluit om de woning voor de duur van drie maanden te sluiten voldoet voorts niet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat niet vaststaat dat de woning een illegaal verkooppunt betreft. Bovendien handelt verweerder in strijd met artikel 8 van het Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Tot slot staat ook artikel 6 van het EVRM aan een sluiting in de weg omdat de sluiting dient te worden aangemerkt als een “criminal charge”, hetgeen met zich brengt dat de sluiting afstuit op het ‘ne bis in idem’, althans ’ne bis vexari’ beginsel, nu eiseres bij onherroepelijk vonnis van 22 oktober 2014 reeds strafrechtelijk voor dezelfde feiten is veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/583b342832ab995cfc00a14440871250dd5e703a422dbce5673ed5df1b971cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 583b342832ab995cfc00a14440871250dd5e703a422dbce5673ed5df1b971cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 10037 tot 11424.