Citaat | Rechtbank Limburg 4 juli 2016

Alinea 30 Rechtbank Limburg 4 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 juli 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5693.

9. Hoewel eiseres terecht heeft aangevoerd dat de feiten die in het politierapport worden genoemd niet geheel worden gedekt door het door haar overgelegde proces-verbaal van 12 juli 2014 van een op die dag om 11.15 uur gestart verhoor van eiseres, blijkt uit het bij de brief van 7 december 2015 door verweerder ingezonden proces-verbaal dat eiseres bij een later, op 12 juli 2014 om 16.00 uur gestart verhoor heeft verklaard dat de in de woning aangetroffen softdrugs voor de verkoop en/of eigen gebruik bedoeld waren, dat het aangetroffen verpakkingsmateriaal was bestemd voor het verpakken van hennep ten behoeve van de verkoop en dat een deel van het in de woning aangetroffen geld was verkregen met de handel in softdrugs. Deze feiten zijn ook gerelateerd in het op 13 juli 2014 opgemaakte politierapport. Met de stelling van eiseres dat het tweede proces-verbaal niet is ondertekend en niet behoorde tot de stukken die zij in het kader van de strafzaak van het Openbaar Ministerie heeft ontvangen, is onvoldoende tegenbewijs geleverd van de onjuistheid voor dit politierapport. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verweerder van de juistheid van de door de politie verstrekte informatie mocht uitgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/583b342832ab995cfc00a14440871250dd5e703a422dbce5673ed5df1b971cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 583b342832ab995cfc00a14440871250dd5e703a422dbce5673ed5df1b971cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 15004 tot 16231.