Citaat | Rechtbank Limburg 11 oktober 2016

Onder 4.3 Rechtbank Limburg 11 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:8763.

De verdachte heeft niet betwist dat hij met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] optrok. Ook de oma van [slachtoffer 1] heeft daarover verklaard op basis van wat zij van [slachtoffer 1] heeft gehoord. [slachtoffer 1] heeft in haar eigen verklaring bij de politie weliswaar niet de naam van [slachtoffer 2] genoemd, maar wel iets relevants gezegd over [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) tegen haar oma, namelijk dat de verdachte met [slachtoffer 2] heeft getongzoend. Dat heeft [slachtoffer 2] ook verklaard, zij het dat de rechtbank op dit punt hierna om een andere reden tot een vrijspraak komt. In elk geval levert de verklaring van [slachtoffer 1] dus steunbewijs op voor die van [slachtoffer 2] , omdat het bevestigt dat de verdachte ontuchtige handelingen beging met [slachtoffer 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16b88727a18bc79f167a4c7051942ead20d78a3757e8507f8d5deb7b47cc9148. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16b88727a18bc79f167a4c7051942ead20d78a3757e8507f8d5deb7b47cc9148, en de alinea staat in dat document op bytes 17968 tot 18961.