Citaat | Rechtbank Limburg 11 oktober 2016

Onder 4.3 Rechtbank Limburg 11 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:8763.

De oma van [slachtoffer 1] , mevrouw [naam oma] , heeft aangifte gedaan tegen de verdachte van seksueel misbruik. [slachtoffer 1] is volgens [naam oma] haar hele leven door de verdachte misbruikt. [naam oma] heeft verklaard dat zij gezien heeft dat [slachtoffer 1] een pop tussen de benen likte, toen [slachtoffer 1] ongeveer drie jaar oud was. De oma beschrijft dat zij op 25 maart 2015, de dag na de uitspraak van de rechter over de uithuisplaatsing van [slachtoffer 1] , van haar kleinkind tot in detail gehoord heeft wat er zich op seksueel gebied heeft voorgedaan tussen [slachtoffer 1] en haar vader. Enkele dagen voor 24 maart 2015 was [slachtoffer 1] voor het laatst bij haar vader geweest. Het misbruik vond overal plaats waar de verdachte heeft gewoond en ook ergens bij een hutje bij het spoor in de wijk [adres 2] in [K.] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16b88727a18bc79f167a4c7051942ead20d78a3757e8507f8d5deb7b47cc9148. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16b88727a18bc79f167a4c7051942ead20d78a3757e8507f8d5deb7b47cc9148, en de alinea staat in dat document op bytes 21581 tot 22557.