Citaat | Rechtbank Limburg 21 oktober 2016
Onder 2.12. Rechtbank Limburg 21 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:9150.
Op 29 april 2016 heeft [naam directeur] aangifte bij de politie gedaan omdat [verweerster, verzoekster in het (zelfstandig) tegenverzoek] hem op 23 april 2016 in een uitgaansgelegenheid in Landgraaf zou hebben bedreigd en tevens bier over hem heen zou hebben gegooid. De Officier van Justitie heeft op 30 september 2016 aan [verweerster, verzoekster in het (zelfstandig) tegenverzoek] bericht dat de zaak tegen [verweerster, verzoekster in het (zelfstandig) tegenverzoek] wordt geseponeerd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten tijde van de mondelinge behandeling van deze procedure is niet bekend of [naam directeur] in de beslissing van de OvJ berust of dat hij bij het Gerechtshof een klaagschrift indient tegen de beslissing om [verweerster, verzoekster in het (zelfstandig) tegenverzoek] niet verder te vervolgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/482a0f5eaf8d26585ffb3398984e00336bda4c2840d8c96b5d1e11eb7e6b06dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 482a0f5eaf8d26585ffb3398984e00336bda4c2840d8c96b5d1e11eb7e6b06dc, en de alinea staat in dat document op bytes 16156 tot 17003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/482a0f5eaf8d26585ffb3398984e00336bda4c2840d8c96b5d1e11eb7e6b06dc | shasum -a 256