Citaat | Rechtbank Limburg 26 oktober 2016

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 26 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Limburg 26 oktober 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:9245.

De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij het mes niet in zijn bezit had en [slachtoffer] hier niet mee heeft gestoken, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Deze lezing van gebeurtenissen wordt op geen enkele wijze ondersteund door de overige bewijsmiddelen. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat de aard en de plaats van de steekwond niet passen bij de verklaring van verdachte, inhoudende dat [slachtoffer] zich tijdens de worsteling zelf heeft verwond. Volgens verdachte zou [slachtoffer] het mes in zijn hand hebben gehad, terwijl verdachte zijn arm en pols vasthield en tegen de motorkap van de auto sloeg. Een wond in de borststreek, waarbij het mes in het lichaam blijft steken, valt naar het oordeel van de rechtbank niet te rijmen met deze lezing van de gebeurtenissen. Daarentegen ondersteunt de verklaring van de getuige Op het Veld de verklaring van [slachtoffer] , inhoudende dat verdachte tijdens de worsteling een voorwerp vasthield dat leek op een mes, dat hij hiermee stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer] heeft gemaakt en dat dit voorwerp op een gegeven moment in tweeën is gebroken. Dit laatste wordt bevestigd door het ter plaatse aangetroffen bebloede en gebroken mes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a6dbdc13ec012b5b18d12424d0676a88d8719c46a1d41369658bfe6c2cd1154. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a6dbdc13ec012b5b18d12424d0676a88d8719c46a1d41369658bfe6c2cd1154, en de alinea staat in dat document op bytes 13772 tot 15004.