Citaat | Rechtbank Limburg 16 november 2016
Onder 3.1. Rechtbank Limburg 16 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 16 november 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:9897.
Volgens DWK is de dagvaarding niet aan haar uitgereikt maar naar een onjuist adres verstuurd. De rechtbank had tegen haar geen verstek mogen verlenen, maar zij had de zaak op grond van artikel 19 lid 1 van de Betekeningsverordening II moeten aanhouden en vervolgens, nadat gebleken zou zijn dat er niet correct betekend was, de dagvaarding op grond van artikel 121 lid 3 Rv nietig moeten verklaren. Volgens DWK wordt zij onredelijk in haar belangen geschaad als de dagvaarding niet nietig wordt verklaard omdat zij pas na 2 juli 2014 kennis heeft gekregen van de dagvaarding, zodat de vordering van DB c.s. toen pas is gestuit, wat te laat is omdat de vordering toen al was verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2, en de alinea staat in dat document op bytes 51172 tot 51868.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2 | shasum -a 256